Paragraaf B: Weerstandsvermogen en risicomanagement
Aanleiding en achtergrond
Terug naar navigatie - Paragraaf B: Weerstandsvermogen en risicomanagement - Aanleiding en achtergrondHet weerstandsvermogen van een gemeente is “het vermogen van de gemeente om financiële risico’s op te vangen zonder dat het gevolgen heeft voor de uitvoering van de dagelijkse taken”. Het weerstandsvermogen wordt bepaald door een relatie te leggen tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (financiële buffer) en de financiële gevolgen van risico’s die de gemeente loopt (en waarvoor geen andere voorzieningen zijn gevormd).
In deze paragraaf wordt achtereenvolgens aandacht besteed aan:
- het beleid van de gemeente Uitgeest voor wat betreft de weerstandscapaciteit en de risico’s;
- het benodigd weerstandsvermogen;
- het beschikbaar weerstandsvermogen;
- de weerstandscapaciteit;
- de financiële kengetallen.
Risicoprofiel
Terug naar navigatie - Paragraaf B: Weerstandsvermogen en risicomanagement - RisicoprofielEind 2022 heeft de raad de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen/ratio gemeente Uitgeest 2023 vastgesteld. In deze nota zijn de uitgangspunten van het risicomanagement opgenomen. Met het vaststellen van de nota is voldaan aan de geldende wet- en regelgeving.
Aan de hand van de risicoanalyse (kans x gevolg = financieel gevolg) is het totaal van alle risico’s in geld uitgedrukt. Omdat niet alle risico’s zich op hetzelfde moment voordoen wordt een percentage van 90% aangehouden voor de bepaling van de benodigde hoeveelheid weerstandscapaciteit om de financiële gevolgen van de benoemde risico’s af te dekken.
Tabel 1 belangrijkste financiële risico's |
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Number |
Risico |
Gevolgen |
Kans % |
Gevolg |
Invloed % |
||
Risk0025 |
Fouten in of niet controleren van vergunningen |
Veiligheidsrisico’s, juridische claims, reputatieschade, bestuurlijke aansprakelijkheid |
30% |
1.000.000 |
11,03 |
||
Risk0027 |
Herijking Gemeentefonds |
Structureel lagere uitkering, druk op begroting, bezuinigingen, verminderde dienstverlening |
30% |
1.000.000 |
11,03 |
||
Risk0034 |
Jeugd: Eén of twee nieuwe cliënten met zeer hoge zorgkosten |
De jeugdzorgkosten komen hoger uit dan begroot. In de begroting is geen rek |
50% |
500.000 |
9,19 |
||
Risk0049 |
Toename programmakosten BUIG participatie en bijstand (uitvoering Zaffier) |
Meer inzet vanuit Zaffier met extra beschikbare middelen om mensen uit de bijstand aan het werk te helpen |
70% |
250.000 |
6,44 |
||
Risk0022 |
Door klimaatverandering kans op problemen in de openbare ruimte |
Door klimaatverandering kans op extreme regenbuien waardoor straten onderlopen |
50% |
250.000 |
4,6 |
||
Risk0053 |
Uitvoering van projecten starten later door externe omstandigheden |
De uitvoering van civiele projecten worden vertraagd door faillissement van de aannemer, vondst van bommen of granaten, vondst van archeologische opgravingen of verontreinigde grond |
50% |
250.000 |
4,6 |
||
Risk0043 |
Schade aan (on)roerende goederen na stormen |
Schade aan (on)roerende goederen, na bijvoorbeeld een storm, indien openbaar groen niet voldoende is beoordeeld en geinspecteerd |
50% |
250.000 |
4,6 |
||
Risk0045 |
Tegenvallend resultaat bij deelneming(en) |
Niet kunnen realiseren van voorgenomen beleid, bijdragen in tekorten |
50% |
250.000 |
4,6 |
||
Risk0032 |
Jeugd/Wmo: Toename hulpvragen nav sociaal maatschappelijke ontwikkelingen |
Om aan de toenemende vraag te voldoen, is uitbreiding van consulenten binnen het sociaal team noodzakelijk, dit leidt tot hogere kosten. Het effect op de zorgkosten is als apart risico benoemd. |
50% |
211.000 |
3,88 |
||
Risk0026 |
Gemeente betaalt wachtgeld na ontslag of verkiezingswissel bestuur |
De gemeente maakt extra kosten voor bestuurders zonder baan na ontslag of verkiezingen, wat druk kan zetten op de begroting en discussie oproept over wachtgeld |
50% |
169.000 |
3,11 |
Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages |
||
|---|---|---|
Percentage |
Bedrag |
|
5% |
€ 609.221 |
|
10% |
€ 726.981 |
|
15% |
€ 816.233 |
|
20% |
€ 893.417 |
|
25% |
€ 963.002 |
|
30% |
€ 1.028.740 |
|
35% |
€ 1.094.157 |
|
40% |
€ 1.158.470 |
|
45% |
€ 1.223.809 |
|
50% |
€ 1.290.428 |
|
55% |
€ 1.359.798 |
|
60% |
€ 1.434.082 |
|
65% |
€ 1.512.415 |
|
70% |
€ 1.599.471 |
|
75% |
€ 1.693.031 |
|
80% |
€ 1.798.998 |
|
85% |
€ 1.924.491 |
|
90% |
€ 2.087.987 |
|
95% |
€ 2.334.183 |
|
Benodigde weerstandscapaciteit |
|
|---|---|
Gemeente Uitgeest |
€ 2.047.347 |
Werkorganisatie BUCH |
€ 194.000 |
Zaffier |
€ 23.093 |
Totaal |
€ 2.264.440 |
Beschikbare weerstandscapaciteit
Terug naar navigatie - Paragraaf B: Weerstandsvermogen en risicomanagement - Beschikbare weerstandscapaciteitDe risico’s die in deze begroting worden genoemd zijn een herijking van de risico’s die in de jaarstukken 2024 zijn opgenomen. Gekeken is of de reeds opgenomen risico’s nog steeds van toepassing waren en of het opgenomen risicobedrag nog valide is. Daar waar nodig zijn aanpassingen doorgevoerd en zijn nieuwe risico’s opgevoerd en niet meer van toepassing zijnde risico’s verwijderd.
De belangrijkste aanpassingen ten opzichte van de jaarstukken 2024 zijn:
- Hogere uitgaven programma kosten, BUIG, participatie en armoede;
- Jeugd; geconstateerde budgetoverschrijding 1ste halfjaar, mogelijk structureel. Jeugd/Wmo, begrote besparing wordt niet gehaald.
Evenals voorgaande jaren zijn de risico’s inzichtelijk gemaakt aan de hand van een globale kansberekening. Daarbij is per risico aangeven wat de kans is dat het risico zich voordoet en wat het mogelijke financieel gevolg is.
Met de ingevoerde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt uitgevoerd, omdat het reserveren van het maximale bedrag ongewenst is. De risico’s treden niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang op. Uit de simulatie volgt dat 90% zeker is dat alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 2.087.987. Dit bedrag is onderdeel van het “benodigde weerstandsvermogen”.
Naast de risico’s van de eigen gemeente, moeten ook de risico’s van de gemeenschappelijke regelingen (GR) worden bekeken. Komt een GR in de financiële problemen dan zijn het de deelnemende gemeenten die dit probleem moeten oplossen voor zover deze risico’s niet worden afgedekt met hun eigen reserves. Voor de GR-BUCH geldt echter dat ze geen reserves mag vormen. De door de werkorganisatie geïnventariseerde risico’s moeten de BUCH-gemeenten daarom zelf afdekken. Dit gebeurt door het BUCH-risico op te tellen bij de geïnventariseerde risico’s.
Uit de begroting 2025 van de BUCH werkorganisatie blijkt dat € 1.597.000 aan risico’s is geïnventariseerd. Het aandeel van Uitgeest hierin is € 194.000. Voor Zaffier geld dat het totaal benodigde bedrag € 849.000 is en het aandeel Uitgeest daarin € 23.093. Op basis van deze cijfers bedraagt het benodigd weerstandsvermogen voor Uitgeest € 2.264.440.
Beschikbare weerstandscapaciteit |
|
|---|---|
Algemene reserve |
8.145.000 |
Onbenutte belastingcapaciteit |
687.000 |
Post onvoorzien |
10.000 |
Totaal |
8.842.000 |
Beschikbare weerstandscapaciteit versus benodigde weerstandscapaciteit
Terug naar navigatie - Paragraaf B: Weerstandsvermogen en risicomanagement - Beschikbare weerstandscapaciteit versus benodigde weerstandscapaciteitBij het beschikbaar weerstandsvermogen gaat het om vrij besteedbare middelen die eenmalig ingezet kunnen worden om de financiële gevolgen van de risico’s die zich voordoen te kunnen opvangen. Het beschikbaar weerstandsvermogen bestaat uit de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien.
Algemene reserve
Volgens de huidige stand zal de Algemene reserve op 01-01-2026 € 8.144.846 zijn.
Stille reserves
Stille reserves zijn de meerwaarden van activa die te laag of op nul zijn gewaardeerd doch die direct verkoopbaar zijn indien men dat zou willen. Een stille reserve kan alleen maar deel uitmaken van de beschikbare weerstandscapaciteit als deze activa snel te verkopen zijn, of dat besluit (expliciet) al is genomen. Gezien de geringe verhandelbaarheid van de meeste gemeentelijke eigendommen van Uitgeest of wenselijkheid van het bezit daarvan is eerder al besloten deze niet mee te nemen in de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit.
Onbenutte belastingcapaciteit
Een belangrijke inkomstenbron voor gemeenten is de OZB. Het is de individuele gemeente die de hoogte hiervan vaststelt. Er is geen limiet aan de OZB gesteld, een gemeente mag deze verhogen (of verlagen) naar eigen inzicht. Op het moment dat een gemeente in de financiële problemen komt en beroep doet op de artikel 12 status, eist het Rijk dat de OZB op een bepaald niveau wordt gebracht. Het verschil tussen het daadwerkelijke OZB-tarief van een gemeente en het artikel 12 niveau, wordt de onbenutte belastingcapaciteit genoemd. De onbenutte belastingcapaciteit van Uitgeest bedraagt € 687.000.
Post onvoorzien
Iedere gemeente moet in de begroting een budget voor onverwachte tegenvallers opnemen, de stelpost onvoorzien. Deze post kan worden ingezet als dekking voor kleine onvoorziene kosten. In Uitgeest bedraagt deze post € 10.000.
Samengevat bedraagt het beschikbaar weerstandsvermogen in deze begroting 2026:
Weerstandsratio
De weerstandsratio geeft de verhouding weer tussen het beschikbare en benodigde weerstandsvermogen op basis van de gekwantificeerde risico’s. In onderstaande tabel wordt weergegeven welke kwalificatie aan de verschillende waarden van de ratio’s wordt toegekend.
In de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen van Uitgeest is opgenomen dat de gemeente streeft naar een weerstandsratio die voldoende is en daarom tussen de 1,0 en 1,4 dient te zijn. Op basis van het geïnventariseerde benodigd weerstandsvermogen en het berekende beschikbare weerstandsvermogen is de weerstandsratio:
Met een weerstandsratio van 3,9 heeft Uitgeest de kwalificatie “uitstekend” en wordt voldaan aan de eigen norm.
Kengetallen
Terug naar navigatie - Paragraaf B: Weerstandsvermogen en risicomanagement - KengetallenHet BBV eist dat gemeenten een aantal financiële kengetallen in hun paragraaf weerstandsvermogen opnemen. In het BBV zijn geen te behalen minimum of maximum waarden opgenomen, wel heeft de provincie Noord Holland, als financieel toezichthouder, zogenaamde signaleringswaarden gedefinieerd. Deze signalerings-waarden moeten worden gezien als een hulpmiddel om het risico per kengetal in te schatten.
De provincie onderscheidt drie categorieën, namelijk A: minst risicovol, B: gemiddeld risico en C: meest risicovol. In de onderstaande tabellen worden de kengetallen en de bijbehorende signaleringswaarden getoond: In de volgende tabel zijn de financiële kengetallen van Uitgeest opgenomen. In dezelfde tabel zijn eveneens de signaleringswaarden van de Provincie Noord Holland opgenomen.
Onder de tabel is een nadere toelichting op deze ratio’s opgenomen.
De betekenis van de verschillende kengetallen is als volgt:
- Netto schuldquote
De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. Zoals uit bovenstaande tabel blijkt kwalificeert de ontwikkeling van de netto schuldquote (meerjarig) in de categorie minst en gemiddeld risicovol.
De oplopende netto schuldquote is het gevolg van de (vaste) schulden die de gemeente heeft om alle ambities die zij heeft te kunnen realiseren. De sterke toename van deze ratio in 2026 is het gevolg van de afnemende baten door het huidige Rijksbeleid. In hoeverre de ratio zich in dit tempo ontwikkelt is mede het gevolg van het tempo van de investeringsactiviteiten. Zie ook de liquiditeitsprognose in de paragraaf Financiering verderop in deze begroting. - Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
De gecorrigeerde netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen, maar daarbij worden de leningen die de gemeente heeft aangetrokken ten behoeve van derden, niet meegerekend. - Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio neemt af in geval het totaal van de schulden zich sneller ontwikkeld dan het eigen vermogen. Belangrijkste voedingsbron van het eigen vermogen is het geprognosticeerde begrotingsresultaat. - Structurele exploitatieruimte
De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe wendbaar een gemeente is. Als de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is een gemeente in staat om (structurele) tegenvallers op te vangen. - Grondexploitatie
In dit kengetal wordt de waarde van de bouwgrond gerelateerd aan de totale baten. - Belastingcapaciteit.
Deze indicator geeft aan hoe de belastingdruk zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde.
Hoe lager dit percentage des te meer mogelijkheden heeft de gemeente om meer inkomsten uit belastingen te verwerven.
De daling van de ratio ten opzichte van de begroting 2022 is het gevolg van een landelijke verhoudingsgewijs veel grotere stijging van de gemiddelde woonlasten voor een gezin dan de toename van de lasten in Uitgeest.
Signaleringswaarden kengetallen |
Categorie A |
Categorie B |
Categorie C |
|||
|---|---|---|---|---|---|---|
Minst risicovol |
Neutraal |
Meest risicovol |
||||
1a. Netto schuldquote |
< 90% |
90 - 130% |
> 130% |
|||
1b. Netto schuldquote gecorr. voor alle verstrekte leningen |
< 90% |
90 - 130% |
> 130% |
|||
2. Solvabiliteitsratio |
> 50% |
20 - 50% |
< 20% |
|||
3. Grondexploitatie |
< 20% |
20 - 35% |
> 35% |
|||
4. Structurele exploitatieruimte |
> 0% |
0% |
< 0% |
|||
5. Gemeentelijke belastingcapaciteit |
< 95% |
95 - 105% |
> 105% |
|||
Kengetallen |
Realisatie |
Begroting |
Begroting |
Begroting |
Begroting |
Begroting |
|---|---|---|---|---|---|---|
2024 |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
|
1a. Netto schuldquote |
59% |
71% |
92% |
93% |
97% |
94% |
1b. Netto schuldquote gecorr. voor alle verstrekte leningen |
59% |
70% |
91% |
92% |
96% |
94% |
2. Solvabiliteitsratio |
24% |
24% |
21,1% |
21,0% |
19% |
17% |
3. Grondexploitatie |
-1,3% |
-1,5% |
-0,7% |
-0,2% |
-0,2% |
-0,2% |
4. Structurele exploitatieruimte |
2,7% |
0,4% |
1,0% |
-0,2% |
-2,7% |
-2,4% |
5. Gemeentelijke belastingcapaciteit |
115% |
111% |
112% |
113% |
114% |
116% |